Hill & Knowlton

Vancouver 2010

Terugblik op 16 dagen Olympische topsport

gepost door Kalle Siebring @ 6:15pm, Donderdag 4 Maart 2010.

Het IOC schetst graag een beeld van de Olympische Spelen als middel om de wereld een beetje beter te maken. Dit alles via de kernwaarden: Excellence, Friendship, Respect. Voordat ik naar de Spelen kwam was ik hier wat sceptisch over. "De Olympische Spelen zijn toch niets meer dan een groot sportevenement?" Totdat ik in Vancouver heb mogen ervaren wat de Spelen met een land en een bevolking kan doen. In een vrijwel onmogelijke poging om twee weken 'Vancouver' samen te vatten, kom ik daarom op ‘de kracht van sport’.

De kracht van sport om een volk én het journaille in beweging te brengen.

Tot aan enkele dagen in het toernooi was de kritiek op de organisatie van de Olympische Spelen niet mals. Het geld dat in het evenement wordt gepompt zou beter aan daklozenopvang en andere sociale projecten besteed kunnen worden; De Spelen zouden te veel gericht zijn op Vancouver en geen voordelen opleveren voor de rest van het land; En inwoners van Vancouver zouden tot aan volgende generaties de prijs van de Spelen betalen - letterlijk. Tot overmaat van ramp deden zich ook tijdens de Spelen grote (dood van de rodelaar) en minder grote problemen voor (weersomstandigheden, haperende dweilmachines).

Dit alles veranderde toen de Spelen goed en wel op gang waren gekomen en de medailles werden uitgedeeld. Specifieker: toen Canadese atleten goud begonnen te halen. Dat was het moment waarop de straten zich écht begonnen te vullen, waarop de Olympische koorts naar recordhoogte steeg en waarop gesproken werd over een voor Canada ongekende nationale trots. Of zoals John Furlong, CEO van het organisatiecomité VANOC, afgelopen weekend zei tegen de burgemeester van Vancouver: “You can have your city back but I don’t know what you are going to do with it because it’s changed.”

Ik ben ervan overtuigd dat dit enthousiasme oversloeg op de journalisten. Zonder uitzondering waren alle journalisten die ik in Vancouver sprak (de Britten heb ik niet gesproken) goedgehumeurd en positief over de stemming en organisatie. Hoewel het weer nog steeds niet meezat en er genoeg andere dingen tegenzaten, werd de toon van de artikelen beduidend positiever. De Canadese media namen het zelfs ronduit op voor het organisatiecomité. “Nee Britten, het zijn écht niet de slechtste Spelen ooit. Kijk maar naar hoe de straten zich vullen.”

De kracht van sport om een land te verbeteren.

Bij legacy (erfenis) van de Spelen wordt snel gedacht aan fysieke ‘dingen’ zoals (lege) stadions, metrolijnen en het Olympisch dorp. Maar de moderne Olympische legacy gaat veel verder. Het IOC verwacht dat de Spelen anno 2010 meer voordelen voor bewoners moeten opleveren, ook voor hen die niet in sport geïnteresseerd zijn. En dat klopt.

In Vancouver hebben we kunnen spreken Bruce Dewar, CEO van 2010 Legacies Now. Met zijn organisatie is hij al sinds 1998 bezig om de legacy van de Spelen te bouwen. Inderdaad, twaalf jaar voor Vancouver 2010 en vijf jaar voor de beslissing van het IOC om de organisatie aan Vancouver toe te kennen.

Zijn verhaal bevestigt dat de Spelen in de 21ste eeuw veel verder gaat dan sport, stadions en zelfs ‘groen’. De Spelen gaan over sustainability in de breedste zin van het woord: van zo milieuvriendelijk mogelijk tot projecten die daadwerkelijk voordeel opleveren voor de lokale bevolking. 2010 Legacies Now werkt met 4500 organisaties uit allerlei communities samen om probleempunten als analfabetisme en overgewicht aan te pakken. En met succes: alleen al in de provincie British Columbia zijn dankzij dergelijke programma’s 210.000 mensen extra gaan sporten. En dat is nog maar één van de successen.

De kracht van sport om de commercie te verslaan.

In de loop der jaren zijn de Olympische Spelen steeds meer een feest van de commercie geworden. Werden er ooit nog atleten geweerd omdat zij geld kregen voor hun sport, anno 2010 draait alles om het grote geld. Mensen staan uren in de rij voor een trui van een bepaald merk, gratis colaflesje of om een sponsorhuis binnen te ‘mogen’.

Maar de verhalen die bijblijven zijn sportgerelateerd. De wissels en het goud van de Nederlandse schaatsers en schaatsters; de dood van de Georgische rodelaar; de Sloveense langlaufster die ondanks haar gebroken ribben doorzet en brons wint; de Canadese kunstrijdster die in één week haar moeder verliest, brons behaalt en nationale held wordt.

Ik heb me verbaasd over hoe lastig het voor bedrijven is om hier tussen te komen. Het is voor bedrijven, hoe groot en gerenommeerd ze ook zijn, bijna onmogelijk om alleen al een klein deel van de 10.000 aanwezige journalisten te interesseren voor hun verhaal. Persconferentie tijdens de Spelen? Forget it, . Persbericht met een commerciële insteek? Laat maar zitten, wordt toch niet opgepikt. Sportprestaties, daar gaat het (gelukkig) om.

Tot slot, aftellen naar London 2012.

Terugkijken betekent ook vooruitblikken. Over ruim twee jaar is Londen aan de beurt om de Olympische Spelen te organiseren. De Zomerspelen, een slag groter dan de winterse versie. Hoe lastig het is om tijdens de spelen aandacht voor je product, dienst of bedrijf te krijgen, er ligt een kans om dit voorafgaand aan de Spelen te doen. De maanden tot aan het daadwerkelijke evenement is het moment waarin je je Olympische boodschap voor het voetlicht kunt krijgen. Hoe ver weg het ook lijkt, nu is de tijd om na te denken over London 2012. Regeren is immers vooruitzien.

commentaar (0)

De Commerciële Spelen

gepost door Kalle Siebring @ 8:57am, Donderdag 25 Februari 2010.

Afgelopen weken was regelmatig in het nieuws dat het IOC merken zou beletten om ‘iets met de Olympische Spelen’ te doen. Woorden als Olympisch, Vancouver en zelfs jaartallen zouden niet gebruikt mogen worden in reclame-uitingen. Overdreven? Wellicht. Maar ook bedoeld om de officiële sponsoren en partners te beschermen. Een kijkje naar hoe zij hun sponsorship activeren.

Officiële sponsoren van de Spelen, er zijn er nogal wat van. Het IOC brengt negen ‘Worldwide Olympic Partners’ met zich mee. Het lokale organisatiecomité VANOC heeft daarnaast nog zes ‘National Partners’ aan zich verbonden. En dan zijn er nog de tien ‘Official Supporters’, veertig ‘Official Suppliers’ en vierentwintig ‘Vancouver 2010 Government Partners’.

Zonder twijfel de meest in het oog springende vorm van sponsoractivatie zijn de enorme banners op gebouwen. Hotel Georgia heeft de grootste Canadese vlag ooit om hun gevel in downtown Vancouver gehangen. En Hudson’s Bay, maker van de Canadese kleding voor atleten en supporters, houdt ook van opvallen: hun gebouw van vier verdiepingen is behangen met meer dan levensgrote afbeeldingen van Olympische Canadese helden. Maar het goud op dit onderdeel gaat onbetwist naar bank RBC. Hun 37 verdiepingen tellende hoofdkantoor is bedekt met een enorme afbeelding van een freestyle skiër, met daarbij de tekst “We’re proud to support team Canada”. Het logo van RBC is hierbij overigens opvallend klein vermeld.

Een wat minder ‘in your face’ benadering zijn de zogenaamde huizen, ofwel door de sponsor ingerichte paviljoens. Populair is het huis van Samsung, waarin een 3D-televisie is te zien. De makers van de Canadeze dollar, The Royal Canadian Mint, hebben een winkel ingericht waar mensen ondermeer de officiële medailles en de ‘one million dollar coin’ (een enorme gouden munt) kunnen bewonderen. Coca-Cola maakt het interactiever en richt zich op families. Door verschillende spellen te spelen worden ze gewezen op het belang van recycling. En ook een foto met de officiële Olympische fakkel is mogelijk.

Bij de biermerken zien we twee verschillende aanpakken. Molson gaat voor beperkt en duur. De Molson Beer garden mag je voor 99 dollar naar binnen, om vervolgens voor 8,50 dollar een biertje te ‘mogen’ kopen. De catch? Er bestaat een goede kans dat je een Canadese ijshockeyer tegen het lijf loopt. Dit lijkt te werken want alle tickets zijn al een tijdje de deur uit. Maar of je met deze prijzen veel vrienden maakt onder je doelgroep…?

Het andere uiterste is Heineken. Was het eerste Holland Heineken House in Barcelona nog klein en gezellig, de nieuwste versie kent een enorme feesthal, beurshal en Olympic Club, met plaats voor duizenden fans. En die komen er, iedere dag weer. De Nederlanders laten de Canadezen en andere niet-Hollanders zien wat feestvieren is. Gratis toegang en met 4,50 dollar voor een biertje zeer betaalbaar.

Over bier gesproken: het Germany Saxony House was na ruim een week al door de biervoorraad heen. De Duitsers hadden niet verwacht dat de Canadezen zoveel zouden drinken. Een vliegtuig met vers bier uit Duitsland bood gelukkig uitkomst.

En andere bedrijven? Die hebben inderdaad het nakijken. Andere koffie dan die van Coca-Cola kom je niet tegen in de stadions. En je moet niet verwachten dat je deze koffie met een Mastercard of American Express card kunt afreken, want IOC-partner VISA heeft hier het alleenrecht.

Hoewel het risico bestaat dat het de aandacht van de sport afleidt, blijven protesten tegen de commercie van de Spelen uit. In het land waar de 5 en 10 kilometer schaatsen wordt onderbroken door reclame lijkt men zich te realiseren: zonder commercie geen topsport op deze schaal. En daar draait het tenslotte toch allemaal om.

Noot: van bovengenoemde bedrijven zijn alleen Coca-Cola en The Royal Canadian Mint klant van Hill & Knowlton Canada.

commentaar (0)

Slechtste Spelen ooit? Ach, het zijn de Britten maar…

gepost door Kalle Siebring @ 9:10am, Dinsdag 23 Februari 2010.

In mijn vorige bericht schreef ik over de beschuldiging van Britse journalisten dat de Olympische Spelen van Vancouver de slechtste spelen ooit zijn. Deze uitspraak komt hard aan in Canada. Het lijkt de mensen te raken. De afgelopen dagen spraken we hierover in Whistler met diverse journalisten, collega’s en communicatiemedewerkers van het organisatiecomité VANOC. Het plaatst de beschuldiging in een ander perspectief.

De bron van de uitspraak ‘worst Games ever’ is Lawrence Donegan, sportverslaggever van de Britse krant The Guardian. Een journalist die bekend staat als iemand met een meer dan kritische blik; Van zijn laatste 30 artikelen over de Olympische beweging hebben er 27 een ronduit negatieve headline en insteek. Dezelfde Donegan roept via Twitter iedere paar uur op of er mensen bij de Olympische Spelen zijn met transportproblemen. Tja, als je lang genoeg zoekt, vind je vast wel een klager en dus inspiratie voor een negatief verhaal.

Donegan is een Brit. Een relevant gegeven? Ja. Op het moment van zijn uitspraak was het sinds 1980 niet meer voorgekomen dat een Brit op een individueel nummer van de Winterspelen een gouden medaille haalde. Het ontbreken van sportief succes heeft in mijn ogen impact op de toon van de verslaglegging, bewust of onbewust. Het verleden onderbouwt deze stelling. Tijdens Athene 2004 startten Britse media een ‘campagne’ om de Britse sporters naar huis te halen. Strekking: “de resultaten vielen na een week tegen, dus waarom zijn we daar nog?” Ook hadden ze geen goed woord meer over voor de organisatie. Dat de resultaten van de Britten in de tweede week wel de doelstellingen behaalden, werd door de journalisten voor het gemak vergeten.

Omgekeerd zorgen goede prestaties voor een positieve stemming, ook bij journalisten. Canadese media zijn pas sinds het goud van freestyle skiër Alex Bilodeau écht warm gelopen voor de Spelen. Journalisten schrijven vol lof over de prestaties van de lokale helden en het succes van de Spelen. Over de ontbrekende sneeuw op Cypress Mountain wordt plots nauwelijks nog gerept. En wie schrijft er in Nederland na de gouden medailles van Kramer, Tuitert en Wüst nog over het uitvallen van de Zamboni (correctie: Olympia) ijsmachines?

Een ander punt dat meespeelt is het feit dat de Britten in 2012 aan de beurt zijn om de Spelen te organiseren. Daarmee ligt VANOC bijna automatisch onder het vergrootglas van de Britten. (Overigens ontkomt ook LOCOG, het organisatiecomité van London 2012, niet aan de kritische pen van Donegan en zijn Britse collega’s.)

Wat mij bijblijft van Vancouver is het enorme enthousiasme van de fans. De straten zijn dag in dag uit zo gevuld dat het net lijkt alsof het iedere dag Canada Day is. De kaartjes voor alle (!) evenementen zijn al tijden uitverkocht en ook aan de bekende red mittens (de rode wanten met maple leaf en Olympische ringen) is al tijden niet meer te komen – tenzij je Oprah heet.

Dus zijn de Spelen van Vancouver echt de slechtste Spelen ooit? In Turijn was het vrijwel altijd mogelijk om op dezelfde dag nog kaartjes voor sportevenementen te krijgen. Atlanta had te kampen met een bom, transportproblemen, slecht opgeleide vrijwilligers en computeruitval op grote schaal.  En in München werden 11 Israëlische sporters vermoord. Zoals Olympisch historicus David Wallechinsky tegen het Canadese CBC over ‘Vancouver 2010’ zegt: ““Looking at it from a historical perspective the one thing that will be part of the Games will be the death of the athlete. The rest of it is minor issues.”

Ik sluit me daarbij aan. Of heb ik het mis?

commentaar (1)